
Vanaf 2 april » In De Indische tafel blikken mannen van in de negentig, die wekelijks samenkomen voor een Indonesische lunch, terug op hun Indonesische jeugd waarover ze nooit spraken. Na de verhalen van vrouwen in de Japanse kampen in Als ik mijn ogen sluit (2024), werden verhalen van de mannen in Indonesië onontkoombaar voor regisseur Pieter van Huystee.
Die jeugd heeft hen diep gevormd. Aan de hand van nooit eerder vertoonde beelden uit Japanse propagandafilms keren zij terug naar hun jeugd in de Japanse kampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Geboren in het koloniale Nederlands-Indië vóór de oorlog, reflecteren zij op hoe hun leven veranderde tijdens de Japanse bezetting, hun bestaan in de kampen, de bevrijding door de atoombom, de strijd van jonge Indonesische vrijheidsstrijders en hoe de oude koloniale macht terugkeerde in de vorm van kapitalistische bedrijven.
Aan hun kinderen hebben zij allemaal maar weinig verteld. “Opmerkelijk,” zegt een van hen, “ik heb jou nu meer verteld dan ik ooit aan mijn eigen zoon heb verteld.” Wat opvalt in hun verhalen is dat de mannen zelden spreken over wat de Japanners hun aandeden. In plaats daarvan vertellen ze over hoe ze hun vaders misten en hoe die vaders tewerkgesteld werden, bijvoorbeeld aan de Birma-spoorlijn. Ze spreken over de honger, over hoe hun moeders werden geslagen en hoe lichamen uit het kamp werden gedragen.
Adri Pijnappels
Eric Coutinho
Gilles Overbeek de Meyer
Jaap Liezenberg
Wanneer regisseur Pieter van Huystee hen vraagt fragmenten voor te lezen uit de dagboeken van hun moeders, raken ze geëmotioneerd en realiseren ze zich pas echt wat hun jeugd in de kampen is geweest.
Dagboeken vormen een terugkerende rode draad in de film. Eén man leest een passage die kort na zijn geboorte is geschreven, waarin zijn moeder hem aan zijn vader toont terwijl die in een Jappenkamp zat. Dat was de tweede én laatste keer dat zijn vader hem zag, want hij zou later in het kamp overlijden. Hij leest met tranen in zijn ogen en geeft toe dat dit de eerste keer is dat hij erover heeft kunnen huilen.
‘Guinee must be free’
De film volgt ook een man die als jongen in de mannenkampen terechtkwam. Jongens van tien jaar en ouder werden van hun moeders gescheiden en in mannenkampen ondergebracht. Hij vertelt over het moment waarop hij hoorde dat hij zijn moeder moest verlaten en over de dreiging van seksueel misbruik waaraan hij door oudere mannen in het kamp werd blootgesteld.
De film eindigt niet bij de Japanse capitulatie. De mannen herinneren zich hoe de atoombom hun leven redde, maar ook hoe beschamend dat voelt. Ze spreken over de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog en over hoe koloniale bewoners werden gedood of geïnterneerd , ditmaal door jonge Indonesische vrijheidsstrijders. Eén personage herinnert zich hoe hun huis werd beklad met leuzen als “Guinea must be free” en “Don’t wait until our blood boils.”
Koloniaal en kapitalistisch
Het koloniale regime veranderde in een meer kapitalistisch systeem, waarin bedrijven als Shell grotere winsten maakten dan ooit tevoren. Met hun koloniale verleden bieden de hoofdpersonen een uniek perspectief op deze geschiedenis. De film wil bijdragen aan het gesprek over hoe westerse landen hun koloniale geschiedenis onder ogen moeten zien en begrijpen.







